Stadswandeling vanuit 't Paradies

Donderdag 5 december 2019 - 13:30 tot 15:30 uur (Maandelijkse activiteit)

Iedere eerste donderdag van de maand start er een stadswandeling.

Scholenwandeling door de binnenstad: van Latijnse School tot de teloorgang nu.

De Roermondse handelaren en ondernemers konden zich in de tijd van de Hanze misschien nog deels redden met de eigen taal. In grote delen van Noord- Europa sprak men plattdütsch, en het in onze streken gangbare (plat-) diets sloot daar naadloos bij aan.
Wilde men naar het Zuiden, dan sprak men anders. In de handel kwam men zo snel achter het belang van goede scholing.

De oudste vermelding over onderwijs in Roermond is de tekst in hedendaagse woorden: “De rector, onderwijzers en scholieren van Roermond kwamen op Kerstdag 1343 te Montfort zingen toen hertog Reinoud zich daar in de burcht ophield.”
Het gaat hier vermoedelijk om de parochieschool, verbonden aan de Sint Christoffelkerk op Buitenop, die wellicht al vóór 1300 bestond.
Die eerste scholen hadden niet het huidige lesprogramma. Behalve lezen en schrijven waren godsdienst en zingen belangrijk. Aanvankelijk was het Latijn heel voornaam, maar toen de volkstaal gebezigd ging worden in handelsakten en boekhouding, werd dat minder. Er was een soort voorschool ( basisonderwijs), daarna had je de parochieschool of kapittelschool, meestal  Latijnse school genoemd. ( middelbaar onderwijs)
Alleen voor de hogere klassen die opgeleid werden voor een geestelijk ambt, stond Latijn op het rooster. Daarboven kwam dan nog de universiteit.

Het onderwijs werd voornamelijk door geestelijken gegeven, en dat zou nog lang zo blijven. De rector kreeg betaald door de magistraat, had vrijstelling van accijns, wachtlopen etc. Híj betaalde de conrector, meesters en ondermeesters van onder andere lesgeld van de leerlingen en inkomsten van het zingen. Het was geen vetpot ( toen ook al niet) want iedereen hield er betaalde nevenactiviteiten op na.

Wat betreft het lagere en middelbare onderwijs worden er na 1800 door de Fransen vanuit de landelijke overheid onderwijszaken geregeld. Toen werden er ook eisen vastgelegd waar onderwijzers aan moesten voldoen.

De Nederlandse overheid nam dat over en in 1820 kwam er de eerste Rijks Lagere School in Roermond: openbaar onderwijs. Een doorn in het oog van de pastoors! Zij waren voorstander van duidelijke katholieke scholen. En omdat de rijksscholen door de overheid werden gesubsidieerd, ontbrandde al snel de schoolstrijd om gelijke subsidiëring.
De geestelijkheid probeerde uit alle macht een officiële katholieke lagere school te openen.
De al genoemde zusters van Liefde openden naast de bewaarscholen ook een lagere school voor arme en behoeftige meisjes in 1846, en 7 jaren later een voor meisjes uit de betere kringen wier ouders dan ook schoolgeld moesten betalen.
Met de komst van het Bisschoppelijk College en later de Rijks HBS was het aanbod van middelbaar onderwijs voor jongens kwalitatief goed, voor meisjes duurde dat nog tot 1919 toen de Ursulinen een HBS en MMS voor de meisjes startten.

De opleiding voor katholieke onderwijzers in Limburg begon in Rolduc in 1850, werd verplaatst naar Echt in 1898 en werd weer verplaatst in1921, naar Roermond.

 

 

Terug naar het overzicht ›

Stadswandeling vanuit 't Paradies

Contactpersoon

Mevrouw Tiny Thomassen
Telefoonnummer: 06 34 17 29 70
E-mailadres: info@servicegilderoermond.nl

Planning voor deze activiteit

Donderdag 5 december